[dropcap size=dropcap]L[/dropcap]aat me je even meenemen naar mijn kindertijd, toch al twee decennia geleden.

Elke dinsdag gingen we eten bij oma R (nu beter bekend als oma iPad). Zowel mijn zus als ik vertrokken op school met “de rij die naar het Steenakker gaat”. Daar, op dat plein “het Steenakker”, wachtte opa ons op.

De auto werd geparkeerd en dan liepen mijn zus en ik om ter snelst naar de voordeur. Niet zelden won ik met geweld de sprint.

Ik zat aan het hoofd van de tafel, mijn vader rechts, mijn oma links. Naast mijn vader zat mijn opa en naast mijn oma mijn zus. Elke keer opnieuw tot er een paar jaar geleden vriendjes en vriendinnetjes bij kwamen.

Het menu bestond altijd uit soep, gevolgd door patatjes of ratjes uit opa zijn tuin. Als groenten vaak boontjes of sla uit diezelfde tuin. Als het geen kip ‘van den boer’ in Frankrijk was, dan was het zeer vaak ‘peirdebifstuk vande peirdebeenoerie’. Lees: paardenbiefstuk van de paardenbeenhouwerij. De paardenbeenhouwerij was allang geen slagerij met enkel maar paardenvlees. Het was een restant van vroeger, denk ik.

Waar ik naartoe wil, is dat paardenbiefstuk onlosmakelijk verbonden is met mijn jeugd en meerbepaald die middagen bij mijn oma en opa.

 

En nu komen we terug in het heden…

 

Toen Belgian Beer Geek het idee aanbracht om tijdens onze Ronde van Brussel binnen te springen bij één van de weinige paardenslagers, dan was ik helemaal weg van het idee. Het moet namelijk geleden zijn van toen, die middagen, dat ik nog eens paard at.

Ik weet het. Sommigen onder jullie zullen bij het lezen van paard eten, steigeren. (Onbedoelde woordspeling).

Geert Vermeire is een slager in Ganshoren, op een boogscheut van de basiliek van Koekelberg. Zijn roots liggen in West-Vlaanderen, maar hij is een Brusseleir. Zaterdagmiddag was duidelijk piekuur. Tot buiten stonden ze aan te schuiven voor een lekker stukje vlees van deze authentieke slagerij. Het moet gezegd worden. Qua uitzicht is de tijd er blijven stilstaan. Het resultaat echter is een slagerijtje vol charme dat geschiedenis en verhalen uitstraalt.

Decennia geleden waren er nog tientallen (paarden)slagers. Vermeire is nog één van de weinigen, in Brussel, maar ook in de rest van het land. Zijn vlees komt bijna uitsluitend van Belgische paarden. Af en toe eens iets Frans of Deens, maar nooit van over de oceaan. Een van de grootste paardenmarkt is vreemd genoeg in Rekkem. Hij heeft er een eigen koelcel en de beste karkassen worden voor hem apart gezet. Het gaat om hobbypaarden die geslacht moeten worden. Geen sportpaarden dus. Alles wordt minutieus opgevolgd, waardoor de herkomst van elk karkas zeer duidelijk is.

De voordelen van paardenvlees zijn talrijk. Het is magerder, zachter van smaak én het scheelt een stuk in prijs. Onze prachtige stukken côte à l’os kosten nog niet de helft van wat een gelijkaardig stuk van het betere Belgische rundsvlees zou kosten.

Net zoals bij Julien Hazard barst ook Vermeire van passie voor het vak. Of laat ik het de ambacht noemen.

Rij je nog eens Brussel binnen, passeer dan eens bij Vermeire voor een lekker stukje paardenbiefstuk en een smaakvol droog worstje.

BA2A3052

BA2A3051

BA2A3050

BA2A3045

BA2A3048

BA2A3041

BA2A3040

BA2A3037

BA2A3036

BA2A3033

Meer weten

Geert Vermeire

François Beeckmansstraat 27

1083 Ganshoren