[dropcap size=dropcap-big]V[/dropcap]anaf vandaag start ik met een nieuwe reeks: helden in de keuken. Hiermee bedoel ik mannen of vrouwen voor wie ik bewondering heb. Hun koken is meer dan enkel maar wat ingrediënten bij elkaar gooien. Ze staan elke dag vol passie en enthousiasme in hun keuken – of komen toch zo over bij mij. Het zijn chefs die mij inspireren en mij ertoe aanzetten om te streven naar een zo hoog mogelijk niveau. Of ik ooit maar aan hun enkels zal reiken, is nog maar de vraag. Vaak zijn het chefs, bij wie ik langs ging en aangenaam verrast werd. Soms, wie weet, zijn het ook chefs, bij wie ik nog eens wil langs gaan. We zullen wel zien.

Vorige week kreeg ik tijdens de presentatie van Grandma’s Design de kans om een eerste chef te interviewen: Bart De Pooter. Een maand geleden overtrof deze chef van de Pastorale al mijn verwachtingen (link). Hij was dan ook de perfecte start voor de deze reeks.

– Wie zijn uw culinaire helden?

BDP: Helden heb ik nooit gehad. Ik heb altijd wel twee leermeesters gehad: Roger Souveryns en Pierre Gagnaire.* Als je het hebt over idolen, dan is René Perchet er één van. Hij is een Franse architect.

*Ter info: Roger Souveryns is de ex-chef van de restaurants Van Dijck en Scholteshof, beiden restaurants met twee sterren. Pierre Gagnaire is een Franse sterrenchef en grondlegger van de moleculaire gastronomie. (link)

– Wie is uw inspiratiebron?

BDP: Mijn moeder. Zij bracht me de liefde voor lekker eten bij. Ook de vreugde voor het eten en het koken, gaf ze me mee. Na school hielp ik dan mee en zo ben ik begonnen koken.

– Wat ging je gedaan hebben, moest koken geen optie geweest zijn? 

BDP: Er was eigenlijk geen plan B. Mocht ik iets opnieuw moeten kiezen, dan zou ik misschien architect gekozen hebben. Ofwel iets met ruimtelijke ordening of urbanisatie.

– Van wie heb je die uitzonderlijke passie meegekregen?

BDP: Sowieso tijdens het meehelpen met mijn moeder.

– De sterren van Michelin zijn bekend gemaakt. Opteer je om twee sterren te houden, of liever een derde erbij? 

BDP: Zeker en vast een derde erbij. Ik hou van uitdagingen en heb competitiviteit nodig. Dat is wat me drijft.

– Is er iets wat u nog altijd moeilijk vindt om te maken?

BDP: Bladerdeeg. Je hebt echt routine nodig om die goed te maken. Die routine heb ik niet en ik heb dan ook bewondering voor mensen die dat wel goed kunnen.

– Met welk gerecht is alles begonnen?

BDP: Pannenkoeken. Die maakte ik waarschijnlijk samen met mijn moeder.

– Hoe kijkt uw moeder terug op uw evolutie?

BDP: Ze is zeker tevreden en trots met wat ik al bereikt heb. Ze is soms wel wat bezorgd dat ik te veel in mijn job opga en er soms te veel tijd in steek.

Ik opteerde voor een kort interview, waarin de passie van de chef zo goed mogelijk naar voren kwam. De komende maanden zal ik jullie af en toe proberen te verrassen met andere interviews met mijn culinaire helden.